Rechtszaak tegen de dood

portfolio-image

DE RECHTSZAAK

Afgelopen zomer, op 14 juli vond om 15.30 uur in het Paleis van Justitie in Amsterdam misschien wel de meest complexe strafzaak plaats: een proces tegen de dood. Kunstenaars Eva Knibbe en Bart van de Woestijne klaagden de dood aan en zij beriepen zich daartoe op Artikel II-62 van de Europese grondwet:

‘Eenieder heeft recht op leven.’

De voornaamste aanklachten waren: de schaduw die de dood over het leven werpt, de angst die de dood zaait en de schade die hij daarmee toebrengt aan de menselijke geest. Dit is in het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld als belaging ofwel stalking. De dood werd ook willekeur verweten, het achterhouden van informatie, onbetrouwbaarheid en onzorgvuldigheid.

Belangrijk was dat geïnventariseerd werd op welke manier en met welke gevolgen de dood ingrijpt in het leven. De initiatiefnemers wilden dat de dood hier in het openbaar mee geconfronteerd werd en dat belastende en ontlastende feiten naar voren werden gebracht voor een vakkundig, meervoudig tribunaal.

Omdat een eerlijk proces voorop stond heeft de dood een eigen advocaat toegewezen gekregen.

ACHTERGROND

Eva Knibbe en Bart van de Woestijne zijn beide theatermakers en doen in hun werk pogingen levensgrote onderwerpen te bevatten. Bij Het Huis Utrecht en op de Parade deed Eva Knibbe een poging ‘alles’ te vatten, waar Bart van de Woestijne afgelopen jaar op Oerol een poging deed ‘het niets’ voelbaar te maken. Vaak zijn dit bij voorbaat mislukte maar toch troostrijke pogingen.

Met dit als uitgangspunt spelen de dood en zijn ongrijpbaarheid een grote rol in hun werk. Hij is onzichtbaar en heeft tegelijkertijd een grote rol in een mensenleven; deze onzichtbare aanwezigheid trekt hen aan. Er zit schoonheid in de manier waarop we als mens grip proberen te krijgen op alles om ons heen.

Met hun aanklacht tegen de dood staan Knibbe en Van de Woestijne in een traditie die al sinds de middeleeuwen bestaat. Er is een schriftelijke verdediging waaruit blijkt dat de ratten in de stad zijn aangeklaagd wegens het verspreiden van ziekten. Ook is er een geschrift teruggevonden waarin een kerktoren wordt aangeklaagd vanwege het loslaten van een steen op het hoofd van een voorbijganger. De kerktoren werd schuldig bevonden en is gegeseld.

Met de rechtszaak reflecteren Knibbe en Van de Woestijne op deze tijd, waarin het leven maakbaar en te controleren lijkt. De aanklacht belicht het onvermogen om ons te verhouden tot de ongrijpbaarheid van de dood. De makers bevragen daarmee de plek van tragiek in het Westers denken en hoe die te delen met anderen. De rechtszaak als ritueel in een tijd waarin een geïnstitutionaliseerde ruimte om gevoelens te kanaliseren voor veel mensen ontbreekt.

portfolio-image

DE UITSPRAAK

Hieronder vindt u de uitspraak van het tribunaal in de rechtszaak tegen de dood. Aangezien het tribunaal heeft besloten de dood niet te veroordelen binnen het Nederlandse recht wordt een nieuwe rechtszaak aangespannen in Belgie. Hierover verschijnt binnenkort meer informatie op de website.

De uitspraak lezen

De uitspraak bekijken

Juristen

portfolio-image

Op de hoogte blijven?